Tante Koosje

Bij Tante Koosje in Loenen aan de Vecht kwam ik twee keer eerder, maar dat was al weer een tijdje geleden. Mijn vriend Brink was zo aardig dit etablissement met en voor mij te bezoeken.

Naast de gewone kaart werd een menu geboden waarin opgenomen de succesnummers van vijf jaar Tante Koosje. Ik schrok een beetje want ontwaarde nogal wat vruchten en andere zoetingen in de gerechten. Even dacht ik de toetjeskaart in handen te hebben. Vooral met zoet op zoet-combinaties als krab met mango, kreeft met wortel of eendenlever met suikerbrood en kersensorbet heb ik nogal wat moeite. Ook de gewone menukaart toonde dergelijke combinaties, maar gelukkig ook prachtig ogende klassiekers met hedendaagse frisse touch.

Ik koos als voorgerecht de canneloni van Noordzeekrab en komkommer met schuim van boerenyoghurt, krabcake, quinoa en reductie van schaaldieren. Om je vingers en je bord bij af te likken. Daarna Baambrugs buikspek (24 uur gegaard op 70º C), kreeft, en coquille Saint-Jacques met crème van pastinaak en witte chocolade. Voor die laatste toevoeging was ik dan wel wat huiverig, maar eerlijk gezegd heb ik er geen hinder van ondervonden; het was een heerlijk vol gerecht. De combinatie tussen buikspek en sint-jakobsschelp maakt kennelijk furore, want ik at deze – toen met bietjes als toevoeging – vorige week ook al bij restaurant Bussia in de Amsterdamse Reestraat.

Overigens kwamen er in deze fase tegenover mij nog mooie platte Zeeuwse oesters, die het gewoontegetrouw goed deden met wat vers gemalen peper en citroensap (waartoe desgevraagd onmiddellijk een citroen werd aangereikt) zodat de meegeleverde citroenmarmelade (waarom toch?) onaangeroerd retour kon. Rechts zag ik de kreeftencrème met Bloemendaalse gele kool en tartaar van kreeft, vol in haar verschijning! Die Bloemendaalse kwam hier in de Vechtstreek trouwens in meer gerechten voor…

Ook bijvoorbeeld bij de voortreffelijk op karkas gebraden Anjou-duif. Wat een heerlijke vogel blijft dat! Hier geserveerd met dadels(!), eendenlevermousse en gevogeltejus. Mooi in balans en zalig rosé. Ruim geportioneerd ook. Naast mij werd de zeetong ook met veel genoegen ervaren.

Er waren fijne kazen, maar ik was toch ook wel erg benieuwd naar de toetjes. Waar zoveel met vruchten en andere zoetigheden wordt gewerkt in de oorspronkelijk hartige gerechten, was de nieuwsgierigheid daarnaar flink geprikkeld. Als dropverslaafde werd ik magnetiserend aangetrokken door de trekdropschotsen met lauriermeringue en bloedsinaasappel in compote- en sorbetuitvoering. Hoe zalig verrassend. Bij het weggaan nog even met de chef de keuken in waar hij mij vertelde hoe hij de trekdrop van Haribo tot deze schotsen verwerkte en ik een blik vol schotsen mee kreeg. Lekker snoepen in de auto. Ook de links en rechts verorberde tarte tatin en chocolade werden als verrukkelijk ervaren.

In deze klassieke omgeving laat ik mij graag klassiek begeleiden. Wij dronken dan ook, na de huischampagne van Lanson, een Saint-Aubin 2009 van Marc Colin et Fils (‘Le Charmois’) zoals een Saint-Aubin is en moet zijn. Het blijft een van mijn favorieten. Daarna een Château Du Tertre 2005. Ik heb ‘m zelf liggen en wilde graag proeven hoe hij nu is. Heel fijn!

Al met al vond ik het ondanks mijn kritische blik op de kaart en de gepresenteerde zoetigheden waar ze wat mij betreft beter vermeden kunnen worden, een culinair feest waar de engelen nog lang op de tong nadansten…